ECLI:NL:CRVB:2005:AU3990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellante, die arbeidsongeschikt raakte door whiplashletsel en psychische klachten na een auto-ongeval, kreeg een WAO-uitkering toegekend. Na een herbeoordeling door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige werd haar uitkering herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante geschikt was voor bepaalde functies.
In hoger beroep betoogt appellante dat zij niet in staat is tot arbeid, mede omdat het reïntegratiebureau haar niet kon plaatsen. De Raad stelt vast dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was volgens artikel 7:12 Awb Pro en vernietigt het besluit. De rechtsgevolgen blijven echter in stand op grond van artikel 8:72 Awb Pro.
De medische en arbeidskundige rapportages worden als zorgvuldig beoordeeld. Er is geen nieuw medisch bewijs dat het eerdere oordeel ondermijnt. De Raad acht de selectie van passende functies adequaat gemotiveerd. De proceskosten worden aan appellante toegekend en het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.