ECLI:NL:CRVB:2005:AU4214

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 september 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-1332 NABW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 BbzArt. 8 BbzArt. 3 Bbz
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verzoek omzetting bijstand in gift en kwijtschelding rente

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem waarin zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar werd afgewezen als niet-ontvankelijk. Het geschil betreft een verzoek van appellant om de bijstand die hij ontving op grond van artikel 5 van Pro het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) in de vorm van een geldlening, om te zetten in een bedrag om niet en de verschuldigde rente kwijt te schelden op grond van artikel 8 Bbz Pro.

De Raad overweegt dat appellant geen rechtens relevant belang meer heeft bij vernietiging van het besluit van het niet tijdig beslissen op bezwaar, omdat gedaagde bij besluit van 1 december 2003 alsnog een beslissing heeft genomen op het verzoek van 1 juni 2003. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank. Verder zijn de overige argumenten van appellant niet relevant voor het geschil en blijven buiten beschouwing.

De Raad merkt op dat de toepassing van artikel 8 Bbz Pro ook aan de orde is in een ander hoger beroep met reg.nr. 05/1326 NABW. De Raad ziet geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep en bevestigt de aangevallen uitspraak.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om omzetting van de lening in een gift en kwijtschelding van rente.

Uitspraak

05/1332 NABW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 19 januari 2005, reg.nr. 03-1937.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 5 juli 2005, waar partijen - met voorafgaande kennisgeving - niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Op 1 juni 2003 heeft appellant, voorzover thans nog van belang, aan gedaagde verzocht om de hem met toepassing van artikel 5 van Pro het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) in de vorm van een geldlening verstrekte bijstand ten bedrage van f 77.000,-- met toepassing van artikel 8 van Pro het Bbz (deels) om te zetten in een bedrag om niet en verschuldigde rente kwijt te schelden.
Gedaagde heeft niet tijdig op het verzoek van 1 juni 2003 beslist en evenmin op het tegen het niet tijdig beslissen op 21 september 2003 gemaakte bezwaar. Nadat appellant beroep had ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op dat bezwaar, heeft gedaagde bij besluit van 1 december 2003 alsnog een beslissing genomen over de toepassing van artikel 8 van Pro het Bbz, bezien in samenhang met artikel 3 van Pro het Bbz.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, met bepalingen omtrent de proceskosten en het griffierecht, het beroep van appellant tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op het bezwaar van 21 september 2003 niet-ontvankelijk verklaard.
Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat niet is gebleken dat appellant nog een rechtens relevant belang heeft bij vernietiging van het - met een besluit gelijk te stellen - niet tijdig nemen van een beslissing op het bezwaar van 21 september 2003, nu gedaagde bij het besluit van 1 december 2003 alsnog een beslissing heeft genomen op het verzoek van 1 juni 2003.
De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.
Al hetgeen appellant overigens in deze procedure nog heeft aangevoerd is niet te brengen onder de reikwijdte van het in deze zaak ter beoordeling staande geschil. De Raad zal dit dan ook buiten bespreking laten. Voor de goede orde merkt de Raad nog op dat de door appellant verzochte toepassing van artikel 8 van Pro het Bbz aan de orde is in het - eveneens bij de Raad aanhangige - hoger beroep in de zaak met reg.nr. 05/1326 NABW.
De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons als voorzitter en mr. R.M. van Male en mr. J.N.A. Bootsma als leden, in tegenwoordigheid van S.W.H. Peeters als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 27 september 2005.
(get.) Th.G.M. Simons.
(get.) S.W.H. Peeters.
EK2709