ECLI:NL:CRVB:2005:AU4226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor bedrijfskosten freelance fotograaf
Appellant, een freelance fotograaf, vroeg bijzondere bijstand aan voor bedrijfskosten over de periode van 1 januari 2001 tot 3 augustus 2002. Het College van burgemeester en wethouders van Heerlen kende slechts een deel van de kosten toe en wees de rest af, met als motief dat nota’s ouder dan één jaar niet worden vergoed en dat niet aannemelijk was gemaakt dat bepaalde kosten noodzakelijk waren voor het beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat het gemeentelijk beleid geen bijzondere bijstand met terugwerkende kracht toekent, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de kosten zoals bandenpomp, zaagblad, ijzerwaren en reisvoorbereidingskosten noodzakelijk waren voor zijn beroepsuitoefening.
De Raad verwierp het argument dat de Belastingdienst deze kosten als bedrijfskosten accepteerde, en bevestigde dat het beleid consistent was toegepast. Ook werd geoordeeld dat de lopende procedure over het beleid geen bijzondere omstandigheid vormde om van het terugwerkende kracht-beleid af te wijken.
Hierdoor werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor bedrijfskosten wordt bevestigd.