ECLI:NL:CRVB:2005:AU4499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving vanaf 1985 een bijstandsuitkering en had vanaf 1994 recht op een Anw-uitkering. Deze Anw-uitkering werd echter niet of onjuist gemeld op de maandelijkse inlichtingenformulieren vanaf augustus 2000, wat een schending van de inlichtingenverplichting volgens artikel 65 Abw Pro vormt.
De Sociale Verzekeringsbank betaalde de Anw-uitkering rechtstreeks aan de gemeente Groningen, die vervolgens het recht op bijstand herzag en een bedrag van € 3.147,31 terugvorderde. De rechtbank had het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante redelijkerwijs had moeten weten dat de Anw-uitkering invloed had op haar recht op bijstand en dat het niet melden hiervan de inlichtingenverplichting schond. De Raad bevestigde daarom het besluit tot herziening en terugvordering en wees het hoger beroep af.
Er werden geen dringende redenen gevonden om af te zien van herziening of terugvordering, en ook geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
De uitspraak werd op 18 oktober 2005 door de Centrale Raad van Beroep in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering bevestigd.