ECLI:NL:CRVB:2005:AU4514
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-naleving inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen vanaf 1 juli 1997 een aanvullende bijstandsuitkering naast hun AOW-uitkering. Sinds 11 november 1999 stonden zij ingeschreven op het adres van hun zoon, maar onderzoek door de gemeente Breda toonde aan dat zij daar niet daadwerkelijk woonden. Dit leidde tot intrekking van de bijstandsuitkering over de periode 11 november 1999 tot 1 maart 2003 en terugvordering van de kosten.
De Raad oordeelde dat appellanten onvoldoende informatie hadden verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De verklaringen van familieleden en een buurvrouw bevestigden het niet-wonen op het opgegeven adres. De Raad verwierp het verweer dat taalproblemen de verklaringen onbetrouwbaar maakten en vond geen onzorgvuldigheid in de besluitvorming.
Verder was appellanten niet verplicht vooraf te worden gehoord vanwege hun verblijf in het buitenland. Er waren geen dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering. De Raad concludeerde dat de besluiten rechtmatig zijn en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt bevestigd.