ECLI:NL:CRVB:2005:AU4518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing kwijtschelding restantvordering bijzondere bijstand geldlening
Appellante had van de gemeente Valkenburg aan de Geul een renteloze geldlening ontvangen voor woninginrichting, waarvoor zij maandelijks aflossingen deed. Zij verzocht kwijtschelding van de restantvordering omdat zij langere tijd aan haar verplichtingen had voldaan en financieel niet meer in staat was de aflossingen te blijven doen. De gemeente wees dit af op grond van een vast beleid dat geldleningen volledig moeten worden terugbetaald.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Appellante ging in hoger beroep tegen dit oordeel en stelde dat het beleid strijdig was met de wet, dat haar aflossingsperiode in redelijkheid meegewogen moest worden en dat haar bijzondere uitgaven niet waren betrokken in de beoordeling.
De Raad oordeelde dat terugvordering op grond van artikel 83 Abw Pro niet aan de orde was omdat appellante haar aflossingsverplichtingen steeds was nagekomen. De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank omdat niet was beoordeeld of op basis van individuele omstandigheden kwijtschelding of aanpassing van het aflossingsschema mogelijk was. De Raad verplichtte de gemeente een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke situatie van appellante en veroordeelde de gemeente in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de gemeente wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van individuele omstandigheden.