ECLI:NL:CRVB:2005:AU4520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet tijdige melding autoaanschaf
Gedaagden ontvingen sinds 1996 een bijstandsuitkering. Medio december 2002 bleek dat zij sinds september 2002 een auto van € 5.000 op naam hadden, zonder dit te melden aan appellant, het College van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen. Appellant beëindigde daarop de bijstand per 1 januari 2003 en reviseerde het recht over de periode 26 september tot 1 januari, vorderde gemaakte kosten terug en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht uit artikel 65 Abw Pro.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant deels gegrond, vernietigde het besluit en gaf opdracht tot een nieuw besluit. De voorzieningenrechter vond dat gedaagden de inlichtingenplicht hadden geschonden, maar dat het recht op bijstand wel kon worden vastgesteld omdat geen andere inkomstenbronnen waren aangetoond.
In hoger beroep stelt appellant dat gedaagden onvoldoende hebben aangetoond dat het bedrag van € 5.000 een gift was en dat er vermoedelijk sprake is van andere inkomsten. De Raad oordeelt dat gedaagden niet in beroep zijn gekomen tegen het vaststaande bezit van € 5.000 en daarmee de inlichtingenplicht schenden. Echter, er is geen bewijs van andere inkomsten. Het recht op bijstand kan daarom worden vastgesteld. De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit en de opdracht tot een nieuw besluit, waarbij appellant gedaagden mag houden aan hun verklaring dat het bedrag een gift is en dit moet beoordelen volgens artikel 44 Abw Pro.
Tot slot veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van gedaagden en legt griffierecht op.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de inlichtingenplicht is geschonden maar het recht op bijstand kan worden vastgesteld en wijst appellant opdracht tot nieuw besluit toe.