ECLI:NL:CRVB:2005:AU5291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijk dienstverband wegens gebrek aan vertrouwen en standplaatsconflict
Gedaagde solliciteerde in december 2001 naar een functie bij een justitiële jeugdinrichting met standplaats Den Helder. De werkgever stelde echter Heerhugowaard als standplaats vast vanwege de nog niet voltooide nieuwbouw in Den Helder. Gedaagde hield vast aan Den Helder als standplaats, wat leidde tot een gespannen arbeidsrelatie.
De werkgever beëindigde het dienstverband per juni 2002 wegens gebrek aan vertrouwen en onvoldoende flexibiliteit, mede vanwege gedaagdes politieke nevenactiviteiten en houding ten aanzien van de standplaats. De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat onvoldoende was onderbouwd waarom gedaagde ongeschikt was.
In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de toetsing beperkt is bij een tijdelijk dienstverband met proeftijd en dat de werkgever in redelijkheid tot het oordeel kon komen dat gedaagde niet aan de eisen voldeed. De Raad vond dat de standplaats Den Helder niet gegarandeerd was en dat gedaagde onvoldoende flexibel was, waardoor het vertrouwen was geschaad. Het beroep werd ongegrond verklaard en het ontslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het tussentijdse ontslag bevestigd.