ECLI:NL:CRVB:2005:AU5604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht en boeteoplegging bij directeur-aandeelhouder in concernstructuur
In deze zaak staat centraal of sprake is van een gezagsverhouding tussen appellante en haar directeur-aandeelhouder, betrokkene, en de rechtmatigheid van opgelegde premiecorrecties en boetes. Appellante betoogt dat vanwege de concernstructuur en aandeelhoudersovereenkomst geen gezagsverhouding bestaat en dat de boetes onterecht zijn opgelegd.
De Raad bevestigt dat ondanks het beperkte aandelenbezit van betrokkene, hij onder gezag van appellante staat, omdat hij geen doorslaggevende invloed heeft op benoeming of ontslag en de aandeelhoudersvergadering van de holding bepalend is. De aandeelhoudersovereenkomst kan niet afdoen aan de statutaire bepalingen die uiteindelijk beslissend zijn.
Met betrekking tot de boetes oordeelt de Raad dat de boete over 1999 terecht is vastgesteld op 25%, maar dat de boetes over 2000 en 2001 onterecht als recidive zijn aangemerkt en daarom vernietigd moeten worden. Voor 2002 blijft de boete van 37,5% in stand vanwege de recidiveregeling. De Raad veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Boetes over 2000 en 2001 worden vernietigd, overige correcties en boetes blijven in stand.