ECLI:NL:CRVB:2005:AU5648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid
Appellante ontving een bijstandsuitkering waarbij haar WAO-uitkering in mindering werd gebracht. Na een melding van de afdeling Bijzonder Onderzoek bleek dat zij sinds januari 1999 inkomsten uit arbeid als chauffeur had ontvangen, die niet waren opgegeven.
Gedaagde heeft het recht op bijstand herzien en de onverschuldigd betaalde bijstand teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en hield geen rekening met een latere verlaging van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht.
In hoger beroep stelt appellante dat door de verlaging van de WAO-uitkering zij recht heeft op aanvullende bijstand. De Raad oordeelt dat gedurende de relevante periode het totale inkomen hoger was dan de bijstandsnorm, zodat het besluit terecht is genomen zonder af te wachten op de latere WAO-aanpassing.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de bijstandsuitkering bevestigd.