ECLI:NL:CRVB:2005:AU5748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum toekenning WAJONG-uitkering en beoordeling bijzonder geval
De zaak betreft de vraag of appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, terecht heeft vastgesteld dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die recht geven op een WAJONG-uitkering met ingang van een datum eerder dan één jaar voor de aanvraagdatum. De rechtbank Haarlem had het eerdere besluit van appellant vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad stelt vast dat de feiten en omstandigheden zoals door de rechtbank vastgesteld, juist zijn en dat de door gedaagdes ouders ter zitting gedane verklaringen de overwegingen van de rechtbank ondersteunen. De Raad acht de aangevoerde argumenten van appellant onvoldoende om tot een ander oordeel te komen.
De Raad benadrukt dat appellant bij de besluitvorming zorgvuldig het financieel belang van gedaagde moet afwegen tegen het eigen belang, namelijk de administratieve belasting. Daarbij mag appellant een zwaarder gewicht toekennen aan de administratieve belasting naarmate het terug te dateren tijdvak langer is. Het hoger beroep wordt dan ook verworpen en de vernietiging van het bestreden besluit door de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het bestreden besluit gehandhaafd.