ECLI:NL:CRVB:2005:AU5763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen arbeidsverplichtingen bijstand
Appellante stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat zij ten onrechte werd belast met een arbeidsverplichting van twintig uur per week op grond van artikel 113, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw). Zij verwees daarbij naar tegenstrijdige medische adviezen over haar belastbaarheid.
Gedaagde had appellante aanvankelijk verplicht tot arbeid van twintig uur per week, maar verleende later een volledige ontheffing van deze verplichtingen met ingang van 16 juli 2004. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep slechts ziet op de periode voorafgaand aan deze ontheffing en dat er geen maatregel was opgelegd die nog beoordeeld kon worden.
Omdat appellante inmiddels volledig ontheven is van de arbeidsverplichtingen en geen schadevergoeding heeft gevorderd, ontbrak het aan een concreet en actueel procesbelang om het besluit van 18 december 2003 inhoudelijk te toetsen. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.