ECLI:NL:CRVB:2005:AU5924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid rechtbank bij terugvordering bovenwettelijke WW-uitkering wegens privaatrechtelijke aard
Gedaagde ontving over verschillende perioden WAO- en WW-uitkeringen en een aanvullende bovenwettelijke WW-uitkering na ontslag wegens werkvermindering. Uit strafrechtelijk onderzoek bleek dat hij werkzaamheden 'zwart' verrichtte terwijl hij uitkeringen ontving. Appellant herzag en vorderde terugbetaling van de uitkeringen, waaronder de bovenwettelijke uitkering, via besluiten in 2001 en handhaving in 2003. Gedaagde stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank handhaafde de terugvordering van WAO- en WW-uitkeringen, maar vernietigde het besluit over de bovenwettelijke uitkering wegens niet-ontvankelijkheid. Appellant stelde hoger beroep in tegen dit oordeel. De Centrale Raad oordeelt dat de Stichting Aanvullingsfonds WW voor het Bouwbedrijf geen bestuursorgaan is en de beslissing over de bovenwettelijke uitkering privaatrechtelijk van aard is, waardoor geen bestuursbesluit in de zin van de Awb is genomen.
Daarom is de rechtbank onbevoegd om het beroep te behandelen en moet het geschil over de terugvordering van de bovenwettelijke uitkering bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. De Centrale Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking heeft op de bovenwettelijke uitkering en verklaart de rechtbank onbevoegd.
Uitkomst: De rechtbank is onbevoegd verklaard voor het beroep tegen de terugvordering van de bovenwettelijke WW-uitkering vanwege privaatrechtelijke aard.