ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WW- en RBWAZ-uitkeringen ondanks mandaatgeschil
Appellante was werkzaam bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC) en ontving over de periode oktober 2002 tot april 2004 te veel WW- en RBWAZ-uitkeringen. Het UWV en het UMC vorderden deze bedragen terug via besluiten van juni 2004, gevolgd door bezwaarbesluiten in oktober 2004. De rechtbank vernietigde deze besluiten vanwege een gebrek aan een rechtsgeldig mandaat en het niet horen van appellante.
In hoger beroep stelde appellante dat het UMC niet bevoegd was en dat de besluiten geen publiekrechtelijke grondslag hadden. De Raad oordeelde dat het UMC wel bevoegd was als bevoegd gezag en dat het mandaatbesluit rechtsgeldig was gepubliceerd. Tevens werd bevestigd dat de RBWAZ-uitkering een publiekrechtelijke grondslag heeft. De Raad verwierp appellantes berekeningen over de hoogte van de terugvordering vanwege rekenfouten.
De Raad concludeerde dat de besluiten van 13 januari 2006, waarin appellante opnieuw is gehoord, rechtsgeldig zijn en dat de terugvordering terecht is vastgesteld. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd voor zover aangevochten.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de terugvorderingsbesluiten wordt ongegrond verklaard en de besluiten worden bevestigd.