ECLI:NL:CRVB:2005:AU5978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering op juiste arbeidskundige grondslag
Gedaagde verzocht om een WAJONG-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid per 29 december 1992. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) weigerde dit op basis van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onjuiste wettelijke grondslag, onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing en schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
In hoger beroep erkende appellant dat het besluit op de verkeerde wettelijke grondslag was gebaseerd en dat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende was. Een nieuwe arbeidskundige beoordeling stelde dat het maatmanloon het minimumloon is en dat er geen verlies aan verdiencapaciteit is. De Raad concludeerde dat hiermee alsnog een voldoende arbeidskundige onderbouwing is gegeven.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten van internist en psycholoog de situatie in 1992 voldoende weerspiegelen en dat de beperkingen niet zijn onderschat. De functies waarop de schatting is gebaseerd, kwamen ook in 1992 algemeen op de arbeidsmarkt voor. Hoewel gedaagde niet aan alle functie-eisen voldoet, blijven voldoende functies over om de schatting te dragen.
De Centrale Raad bevestigt daarom de vernietiging van het bestreden besluit met verbetering van gronden en laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De weigering van de WAJONG-uitkering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van de WAJONG-uitkering per 29 december 1992 met een voldoende arbeidskundige onderbouwing.