ECLI:NL:CRVB:2014:2293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.W. Akkerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante vroeg in mei 2010 een Wajong-uitkering aan wegens gezondheidsklachten sinds jeugd, waaronder fibromyalgie en hoofdpijn. Het UWV weigerde de uitkering in maart 2011 omdat appellante naar oordeel kan werken en meer dan 75% van het minimumloon kan verdienen. Bij bezwaar bleef het UWV bij deze beslissing, gesteund op rapporten van een bezwaarverzekeringsarts en -arbeidsdeskundige.
De bezwaarverzekeringsarts stelde vast dat er geen medische gegevens uit het 17e en 18e levensjaar beschikbaar zijn, maar achtte het aannemelijk dat toen enige beperkingen bestonden. De arbeidsdeskundige motiveerde dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid werd beoordeeld ook rond de 18e verjaardag van appellante algemeen voorkwamen op de arbeidsmarkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanaf haar 17e volledig arbeidsongeschikt was en dat onvoldoende is onderzocht of de functies in 1987 voldoende beschikbaar waren. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV, oordeelde dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de functies beschikbaar waren en wees het hoger beroep af.
De Raad bevestigde daarmee de weigering van de Wajong-uitkering en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.