ECLI:NL:CRVB:2005:AU6335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-gemelde inkomsten uit autohandel
Appellant ontving vanaf 1996 een bijstandsuitkering, met een onderbreking tussen 1999 en 2001. Naar aanleiding van een vermoeden van inkomsten uit autohandel voerde de sociale recherche een onderzoek uit, wat leidde tot het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen om de bijstand over de periode 1997-2002 in te trekken en terug te vorderen wegens schending van de inlichtingenplicht.
Het College schatte de niet-gemelde inkomsten op basis van transacties met auto's op naam van appellant. De rechtbank vernietigde het herzieningsbesluit wegens onvoldoende grondslag voor de schatting, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen dit laatste.
De Centrale Raad oordeelt dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden door geen melding te maken van de inkomsten en geen administratie te overleggen. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld, en was herziening op grond van artikel 69 Abw Pro terecht. Ook was terugvordering conform artikel 81 Abw Pro correct, omdat geen dringende redenen waren om hiervan af te zien.
De Raad bevestigt daarom de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtsgevolgen van de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens niet-gemelde inkomsten uit autohandel.