ECLI:NL:CRVB:2005:AU6423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-schatting bij beleidsmedewerkster met complexe klachten
Appellante, werkzaam als beleidsmedewerkster, kampte met darm-, nek-, schouder- en psychische klachten en was meerdere keren arbeidsongeschikt gemeld. Na intrekking van haar WAO-uitkering in 1995 kreeg zij deze opnieuw toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65 tot 80%. Appellante voerde aan dat haar beperkingen onderschat waren en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar medische situatie, waaronder de noodzaak tot wassen en verschonen tijdens werk.
De Raad liet appellante onderzoeken door een revalidatiearts en een psychiater. De revalidatiearts stelde een psychosomatische aandoening vast zonder anatomisch substraat, terwijl de psychiater een paniekstoornis met agorafobie en trekken van een obsessieve compulsieve persoonlijkheidsstoornis constateerde. De Raad vond de medische onderbouwing van de WAO-besluiten juist en oordeelde dat de belastbaarheid passend was vastgesteld.
De Raad verwierp het standpunt van appellante over de noodzaak van voorzieningen voor wassen en verschonen, mede vanwege het gewijzigde beoordelingskader in het Schattingsbesluit. De Raad concludeerde dat de vastgestelde arbeidsongeschiktheidsklasse passend was en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de arbeidsongeschiktheidsklasse van 65 tot 80% wordt bevestigd.