ECLI:NL:CRVB:2005:AU6429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening besluit partnertoeslag studiefinanciering wegens onrechtmatige ontvangst
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die haar beroep tegen een herzieningsbesluit inzake een partnertoeslag studiefinanciering ongegrond verklaarde. De Raad overwoog dat appellante wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat zij ten onrechte een toeslag ontving en dat de gedaagde bevoegd was dit besluit te herzien.
De Raad verwierp het verweer van appellante dat zij niet met opzet een onjuiste opgave deed en dat persoonlijke omstandigheden zoals het voorkomen van een studieschuld en de weigering van haar echtgenoot om mee te betalen, tot een ander oordeel zouden moeten leiden. De rechtbank en de Raad vonden de wijze van herziening niet onredelijk.
Op grond van artikel 7.4, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 dient appellante het ten onrechte ontvangen bedrag terug te betalen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het herzieningsbesluit bevestigd.