ECLI:NL:CRVB:2005:AU6457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift WAO-uitkering
Appellante kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Zij maakte bezwaar tegen de berekening van het dagloon, maar diende dit bezwaar te laat in. De bezwaartermijnoverschrijding werd niet verschoonbaar geacht, waarna het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard.
Appellante stelde beroep in, maar ook dit werd niet tijdig gedaan. Zij voerde psychische problemen aan als reden voor de termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat deze problemen een verschoonbare overschrijding konden rechtvaardigen, maar na nader onderzoek concludeerde zij dat appellante gedurende de gehele beroepstermijn niet volledig buiten staat was om tijdig beroep in te stellen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze laatste uitspraak en oordeelt dat onvoldoende bewijs is geleverd dat appellante gedurende de gehele termijn niet in staat was te reageren. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig instellen.