ECLI:NL:CRVB:2001:AB1725
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- M.M. van der Kade
- J.Th. Wolleswinkel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Opposant is in hoger beroep gekomen tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarbij het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Opposant heeft zich in een vroeg stadium beroepen op betalingsonmacht en verzocht om een betalingsregeling.
De Raad heeft vastgesteld dat het niet zonder meer kan worden aangenomen dat opposant in verzuim was en dat het oordeel dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk was, niet zonder twijfel kan worden gehandhaafd. Daarom is het verzet gegrond verklaard en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad benadrukt dat dit niet betekent dat het hoger beroep ontvankelijk is, maar dat de ontvankelijkheid nader moet worden onderzocht, mede in het licht van artikel 6 EVRM Pro en de wijze waarop vergelijkbare verzoeken worden behandeld.
Ten slotte is geen aanleiding gevonden om kosten toe te wijzen aan opposant. Het verzet is dus gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vervalt.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.