ECLI:NL:CRVB:2005:AU6532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten herziening WAO- en ZW-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant, werkzaam als productiemedewerker en avondschoonmaker, viel in 1987 uit wegens psychische klachten en ontving sindsdien een WAO-uitkering. In 2000 en daarna werden besluiten genomen die zijn arbeidsongeschiktheid aanzienlijk verlaagden en zijn ZW-uitkering stopzetten. Deze besluiten werden door de rechtbank bevestigd.
De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat appellant leed aan een progressieve en chronische majore depressie, waardoor hij ongeschikt was voor loonvormende arbeid op de relevante data. Deze nieuwe medische inzichten leidden tot het oordeel dat de eerdere besluiten onvoldoende waren gemotiveerd en daarom vernietigd moesten worden.
De Raad veroordeelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tot het nemen van nieuwe besluiten met inachtneming van het nieuwe deskundigenrapport. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Een verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de schade.
Uitkomst: De bestreden besluiten tot herziening van de WAO- en ZW-uitkering worden vernietigd en het Uwv dient nieuwe besluiten te nemen.