ECLI:NL:CRVB:2005:AU6610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing bijzondere bijstand voor schulden door gemeente Uden
Appellant vroeg op 5 maart 2002 bijzondere bijstand aan voor schulden bij de gemeente Uden. De aanvraag werd op 22 oktober 2002 afgewezen omdat er geen sprake was van problematische schulden en appellant voldoende draagkracht had om aan betalingsregelingen te voldoen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd op 14 april 2003 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de aanvraag ook een verzoek om schuldsanering inhield en dat de afwijzing onvoldoende was gemotiveerd. De Raad overwoog dat op grond van artikel 15, eerste lid, Abw geen bijstand wordt verleend aan personen die bij het ontstaan van de schulden over voldoende middelen beschikten om in noodzakelijke kosten te voorzien. Dit was niet in geschil.
De Raad oordeelde dat de gemeente niet bevoegd was om op grond van artikel 15, tweede lid, Abw af te wijken, omdat er geen aanvraag voor schuldsanering was en geen zeer dringende redenen waren. Ook de vermeende kosten voor de zieke moeder werden niet als zodanig erkend. Schuldhulpverlening was niet aan de orde, waardoor de grieven hierover niet werden behandeld. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor schulden wegens voldoende draagkracht en het ontbreken van zeer dringende redenen.