ECLI:NL:CRVB:2012:BY6622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens onvoldoende dringende redenen ondanks schuldenlast
Appellant verzocht om bijzondere bijstand voor schulden die hij had gemaakt vanwege het betalen van rekeningen voor zijn moeder, die een hoge eigen bijdrage moest betalen aan de AWBZ. Het college wees de aanvraag af omdat appellant voldoende draagkracht had om de schulden af te lossen en er geen sprake was van problematische schulden. Dit besluit werd bevestigd door de rechtbank en vervolgens door de Centrale Raad van Beroep.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren, waaronder een uitspraak die de aard van de schulden verduidelijkte en een psychologische diagnose die de schuldenlast als medisch onverantwoord bestempelde. De Raad oordeelde dat deze feiten geen nieuwe of veranderde omstandigheden vormden die het eerdere besluit konden rechtvaardigen.
De Raad benadrukte dat de beoordeling van problematische schulden zich richt op de omvang, draagkracht en regelingen met schuldeisers, niet op de oorzaak van de schulden of de psychische gevolgen daarvan. Het college was bevoegd het verzoek af te wijzen zonder nader onderzoek, en de rechtbank had de aanvullende gronden van bezwaar voldoende meegewogen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor schulden wordt bevestigd wegens het ontbreken van nieuwe feiten of dringende redenen.