ECLI:NL:CRVB:2005:AU6615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens vermeend afwijzen passend werkaanbod
De zaak betreft de weigering van een WW-uitkering aan een werknemer die volgens het Uitvoeringsinstituut een passend werkaanbod had afgewezen. De werknemer was via een uitzendbureau werkzaam als productiemedewerker ter vervanging van een zieke werknemer. Na afloop van deze opdracht stelde het uitzendbureau dat er een aanbod voor passend werk was gedaan, hetgeen de werknemer ontkende.
De rechtbank Arnhem vernietigde het besluit van het Uitvoeringsinstituut omdat onvoldoende onderzoek was gedaan naar het bestaan en de aard van het werkaanbod en omdat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt vast dat de verklaringen van medewerkers van het uitzendbureau elkaar tegenspreken en dat het Uitvoeringsinstituut niet duidelijk heeft gemaakt of, door wie, wanneer en wat voor werk concreet is aangeboden.
De Raad benadrukt dat het oordeel van het uitzendbureau over de passendheid van het werk niet zonder meer kan worden gevolgd zonder nader onderzoek. Het Uitvoeringsinstituut is veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht is vastgesteld. De weigering van de WW-uitkering wordt daarmee gehandhaafd als onterecht.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt dat het UWV onvoldoende onderzoek deed en het besluit onvoldoende motiveerde, waardoor de weigering van de WW-uitkering onterecht is.