ECLI:NL:CRVB:2005:AU6991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- C. van Viegen
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding
Appellant en appellante, gehuwd en woonachtig in Almere, voerden een procedure tegen het College van burgemeester en wethouders inzake bijstandsuitkeringen. Appellant had een aanvraag ingediend voor bijstand als alleenstaande, terwijl appellante een uitkering ontving met toeslag. Gedaagde stelde dat zij een gezamenlijke huishouding voeren en wees de aanvraag af.
Een onderzoek bevestigde dat appellant zijn hoofdverblijf had in de woning van appellante, ondanks dat hij ook een kamer elders had zonder zelfstandige voorzieningen. De Raad oordeelde dat de feitelijke woonsituatie bepalend is voor het begrip gezamenlijke huishouding, ongeacht de intenties of verzorgingsrelatie.
De Raad verwierp het beroep van appellanten en bevestigde de eerdere uitspraak dat zij als gehuwden moeten worden aangemerkt, waardoor zij geen recht hebben op bijstand als alleenstaanden. Ook het beroep op gerechtvaardigd vertrouwen faalde vanwege de gewijzigde woonsituatie. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen en de bijstand aan appellante wordt beëindigd wegens gezamenlijke huishouding.