ECLI:NL:CRVB:2005:AU7014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen inkomsten uit arbeid
Appellant ontving vanaf 1992 bijstandsuitkering en werd verdacht van het verzwegen van werkzaamheden en inkomsten. Na onderzoek door de Dienst Bijzondere Controle en GAK Nederland BV concludeerde het bestuursorgaan dat appellant inkomsten had uit de verkoop van goud en cd’s op markten en betrokken was bij de organisatie van braderieën.
Appellant ontkende inkomsten te hebben genoten, maar zijn eerdere verklaring aan de opsporingsdienst van GAK, waarin hij aangaf tot wel ƒ 1000,- per week netto te verdienen, werd door de Raad als betrouwbaar beschouwd. Door het niet melden van deze inkomsten schond appellant zijn inlichtingenplicht ingevolge artikel 65 Abw Pro.
Het bestuursorgaan trok het recht op bijstand over de jaren 1994-1998 en 2000 in en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug. De rechtbank vernietigde deels het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Centrale Raad van Beroep bevestigt nu deze uitspraak en oordeelt dat appellant ten onrechte bijstand heeft ontvangen en dat terugvordering terecht is.
Er zijn geen dringende redenen gevonden om af te zien van terugvordering en geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 15 november 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens verzwegen inkomsten en wijst het hoger beroep af.