ECLI:NL:CRVB:2005:AU7275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting bijstandsuitkering wegens weigering naam gezamenlijke huishouding te verstrekken
Appellante ontving een bijstandsuitkering en werd op grond van een anonieme melding uitgenodigd voor een gesprek over haar woonsituatie. Tijdens dit gesprek gaf zij aan dat haar vriend regelmatig bij haar verbleef, maar weigerde zij zijn naam te noemen. De gemeente schortte daarop haar uitkering op en beëindigde deze later wegens schending van de inlichtingenplicht.
De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze beslissing ongegrond, maar vernietigde het besluit met behoud van rechtsgevolgen. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat zij geen gezamenlijke huishouding voerde en dat het verzoek om de naam van haar vriend een onrechtmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer vormde.
De Raad oordeelde dat het verzoek om de naam van de vriend een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is, maar dat deze inbreuk gerechtvaardigd was gezien het belang van het onderzoek naar de gezamenlijke huishouding. De Raad vond de gevraagde informatie essentieel voor het vervolgonderzoek en verwierp het betoog dat minder ingrijpende onderzoeksmethoden hadden moeten worden toegepast.
De Raad bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de opschorting van de bijstandsuitkering wegens weigering de naam van de vriend te verstrekken.