ECLI:NL:CRVB:2005:AU7287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering en terugvordering wegens overschrijding vermogengrens door paardenbezit
Appellante ontving vanaf december 1999 bijstand als alleenstaande ouder. De gemeente Culemborg trok deze bijstand in per 1 december 1999 omdat appellante niet had gemeld dat zij Friese stamboekpaarden bezat met een waarde van minimaal €78.050, waardoor de vermogensgrens werd overschreden.
De gemeente vorderde de onverschuldigd betaalde bijstand terug over de periode 1 december 1999 tot en met 31 december 2001. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit voor de periode van 7 februari 2002 tot en met 8 maart 2002 omdat de paarden toen waren overgedragen en de vermogensgrens niet meer werd overschreden.
De Raad oordeelt dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden en dat de terugvordering terecht is. Het verweer dat het bewijs onrechtmatig is verkregen wordt verworpen omdat het gebruik van het bewijs niet onaanvaardbaar is. De Raad veroordeelt de gemeente in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd voor de periode 7 februari 2002 tot en met 8 maart 2002, terugvordering blijft gehandhaafd en gemeente wordt veroordeeld in proceskosten.