ECLI:NL:CRVB:2005:AU7781
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid door afbreken sollicitatiegesprek
Appellant, sinds 2000 in dienst als internationaal chauffeur, werd geconfronteerd met het wegvallen van verzekeringsdekking voor zijn functie, waarna hij zich ziekmeldde en geen werkzaamheden meer verrichtte. De werkgever beëindigde de arbeidsovereenkomst per 1 april 2003, wat appellant betwistte. Vervolgens werd appellant uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek voor een andere functie, die hij voortijdig afbrak.
De werkgever stelde dat appellant zich recalcitrant en dreigend gedroeg, wat ertoe leidde dat hem de functie niet werd aangeboden. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2003 zonder vergoeding. Appellant vroeg een WW-uitkering aan, die werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid op grond van artikel 24 WW Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, vooral op subsidiaire grond dat appellant passende arbeid niet had aanvaard of verkregen door eigen toedoen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en oordeelt dat appellant door zijn gedrag redelijkerwijs had moeten begrijpen dat dit tot ontslag zou leiden. Hoewel de bezwaarprocedure niet binnen de wettelijke termijn werd afgehandeld, leidt dit niet tot toekenning van de uitkering, omdat appellant geen belang heeft bij vernietiging van het besluit.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid door eigen toedoen van appellant.