ECLI:NL:CRVB:2005:AU7790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot overneming betalingsverplichting werkgever na faillissement
Appellanten, voormalig werknemers van Horn Electro BV, hebben na het faillissement van hun werkgever verzoeken ingediend tot toekenning van een uitkering krachtens hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet (WW) en tot overneming van de betalingsverplichting van de werkgever voor aanvullende betalingen zoals vakantiegeld en extra loon.
De arbeidsovereenkomsten van appellanten werden beëindigd in het kader van de bedrijfsovername en sluiting van de vestiging te Echt. De werkgever werd later failliet verklaard. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, wees de aanvragen af op basis van artikel 62 WW Pro, omdat niet was voldaan aan de vereiste duidelijke samenhang tussen de beëindiging van de dienstbetrekking en de toestand van blijvende betalingsonmacht van de werkgever.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat de omstandigheden van bedrijfseconomische aard niet de vereiste samenhang vertonen met de betalingsonmacht. Ook was het niet mogelijk om vakantiegeldvorderingen uitsluitend aan de betalingsonmacht toe te schrijven. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze overwegingen en bevestigt de afwijzing van de verzoeken, waarbij appellanten geen nieuwe feiten aanvoerden die tot een ander oordeel leiden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de verzoeken tot overneming van de betalingsverplichting wordt bevestigd.