ECLI:NL:CRVB:2005:AU8284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na verstoorde arbeidsverhouding
Appellant was sinds november 2001 in dienst als chef werkplaats/werkvoorbereider en meldde zich in mei 2002 ziek vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. De werkgever ontbond de arbeidsovereenkomst in februari 2003. Gedaagde weigerde de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, stellende dat appellant zijn werk niet had hervat en de situatie onhoudbaar was.
De Raad constateerde dat gedaagde geen eigen onderzoek had verricht en zich uitsluitend baseerde op de ontbindingsprocedure, waarbij de door appellant betwiste feiten niet als vaststonden. De Raad oordeelde dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en een deugdelijke feitelijke grondslag ontbeerde.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen met een zorgvuldig onderzoek. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot blijvende weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.