ECLI:NL:CRVB:2005:AU8943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen bij arbeidsmogelijkhedenonderzoek
Appellant ontving een bijstandsuitkering en werd opgeroepen voor een onderzoek naar zijn arbeidsmogelijkheden op 25 april 2003. Hij verscheen niet, waarna het recht op bijstand werd opgeschort en hij opnieuw werd opgeroepen voor een gesprek op 9 mei 2003. Ook hieraan gaf appellant geen gehoor.
Appellant voerde aan dat zijn medische toestand hem verhinderde de oproepen in ontvangst te nemen of op te halen, maar kon dit niet onderbouwen met medische stukken. De Raad oordeelde dat het verzuim appellant aan te rekenen viel, mede omdat hij zijn post door derden had kunnen laten ophalen.
Op grond van artikel 69 van Pro de Abw was gedaagde verplicht het recht op bijstand op te schorten en vervolgens in te trekken. Er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de intrekking van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens het niet verschijnen op oproepen voor een arbeidsmogelijkhedenonderzoek wordt bevestigd.