ECLI:NL:CRVB:2005:AU8969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken van belang bij bijstandsmaatregel en waarschuwing
Appellant ontving sinds 1996 een bijstandsuitkering en werd bij besluit van 25 februari 2003 met een maatregel geconfronteerd wegens het niet ondertekenen van een trajectplan en het niet tijdig overleggen van gegevens. Gedaagde heeft deze maatregel en waarschuwing gehandhaafd, maar de rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit omtrent de maatregel. Ter uitvoering daarvan heeft gedaagde bij besluit van 10 augustus 2004 afgezien van de maatregel en bij besluit van 5 oktober 2004 de waarschuwing gehandhaafd.
De Raad stelt ambtshalve vast dat appellant geen belang meer heeft bij beoordeling van de maatregel omdat deze is ingetrokken. Ook het belang bij beoordeling van de waarschuwing ontbreekt, omdat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds de waarschuwing en deze geen nadelige gevolgen meer kan hebben. Daarnaast is het reintegratietraject inmiddels afgesloten, waardoor ook op dat punt geen belang meer bestaat.
Gelet hierop verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep en het beroep tegen het besluit van 5 oktober 2004 niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het besluit van 5 oktober 2004 worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang.