ECLI:NL:CRVB:2005:AU8974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering met terugwerkende kracht wegens onvoldoende medische ontheffing
Appellant verzocht om een bijstandsuitkering met terugwerkende kracht vanaf 16 mei 2003, nadat het College van burgemeester en wethouders van Landgraaf het recht op bijstand had opgeschort en ingetrokken per 25 april 2003 wegens het niet nakomen van verplichtingen.
Appellant stelde dat hij pas op 15 mei 2003 kennis had genomen van het intrekkingsbesluit en dat hij vanwege zijn medische situatie ontheffing van alle verplichtingen uit artikel 113, eerste lid, Abw had moeten krijgen. Gedaagde verleende slechts tijdelijke ontheffing van enkele verplichtingen en baseerde zich op een GGD-advies van 7 juli 2003 waarin appellant arbeidsgeschikt werd verklaard.
De Raad oordeelde dat bijstand in principe niet met terugwerkende kracht wordt toegekend tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. De medische onderbouwing van appellant ontbrak, en het GGD-advies was deugdelijk. Verder is het niet vereist dat gedaagde onderzoekt welke concrete functies passend zijn voor appellant.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de weigering van de bijstandsuitkering met terugwerkende kracht bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijstand met terugwerkende kracht bevestigd.