ECLI:NL:CRVB:2005:AU8997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand wegens onjuiste draagkrachtberekening
De zaak betreft het hoger beroep van de erven van betrokkene tegen de afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand voor diverse kosten, waaronder reis- en parkeerkosten, een bril en de eigen bijdrage thuiszorg. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemstede had de aanvraag afgewezen omdat het vermogen van betrokkene op het moment van aanvraag hoger was dan het vrij te laten vermogen voor gehuwden.
De Raad stelde vast dat de waarde van de camper, aangeschaft in april 2002 voor € 8.168,04, en het banksaldo correct waren meegenomen in de vermogensberekening. De totale waarde overschreed daarmee de vermogensgrens van € 9.640,--. Echter, de gemeente had alleen het vermogen op de aanvraagdatum beoordeeld en geen draagkrachtperiode vastgesteld, terwijl artikel 40 van Pro de Algemene bijstandswet voorschrijft dat de draagkracht over een periode van een jaar in aanmerking moet worden genomen.
De rechtbank had dit niet onderkend en verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat dit in strijd is met de wet en vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank. De gemeente wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de juiste draagkrachtperiode. Tevens worden de proceskosten van appellante gedeeltelijk toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand wordt vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit nemen met correcte draagkrachtberekening.