ECLI:NL:CRVB:2005:AU9132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- R.P.Th. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Weigering tegemoetkoming ziektekosten echtgenote wegens ontbreken gezamenlijke huishouding
Gedaagde verzocht om een tegemoetkoming in de ziektekosten van hemzelf en zijn echtgenote op grond van de Regeling ziektekosten-voorziening rijkspersoneel (Zvr-regeling) voor de periode april 2002 tot en met maart 2003. De Minister weigerde de tegemoetkoming voor de echtgenote omdat zij niet als lid van het huishouden van gedaagde kon worden beschouwd, aangezien zij sinds 25 januari 2000 permanent in een verpleeghuis verblijft en er geen sprake is van samenwoning.
De rechtbank had het bezwaar van gedaagde gegrond verklaard en het besluit vernietigd, mede vanwege twijfel over de bevoegdheid van KPMG FlexSourcing B.V. om het besluit te nemen. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat het besluit bevoegdelijk was genomen door KPMG Management Services B.V. of diens dochtermaatschappij, conform het Mandaatbesluit en de raamovereenkomst.
De Raad oordeelde vervolgens inhoudelijk dat de echtgenote van gedaagde niet als medebetrokkene in de zin van artikel 6 van Pro de Zvr-regeling kan worden aangemerkt omdat er geen gezamenlijke huishouding is. De Raad onderschreef het standpunt van de Minister dat, ondanks het onvrijwillig gescheiden leven, de aanvraag voor een AOW-uitkering als alleenstaande bevestigt dat sprake is van duurzaam gescheiden leven. Een hardheidsclausule ontbreekt in de regeling, waardoor geen tegemoetkoming kan worden toegekend.
Het hoger beroep van de Minister werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep van gedaagde ongegrond verklaard en het nieuwe besluit van 19 november 2004 eveneens vernietigd. De Raad wees tevens een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en bevestigt de rechtmatigheid van de weigering van de tegemoetkoming in de ziektekosten van de echtgenote wegens ontbreken van gezamenlijke huishouding.