ECLI:NL:CRVB:2005:AU9566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Overuren niet meegenomen bij berekening gemiddeld aantal arbeidsuren voor WW-uitkering
Gedaagde, een vrachtwagenchauffeur, werkte gemiddeld circa 50 uur per week vóór een reorganisatie, waarna zijn werktijd afnam. Hij vroeg een WW-uitkering aan wegens arbeidsurenverlies. De rechtbank stelde dat overuren moesten worden meegeteld bij de berekening van het gemiddeld aantal arbeidsuren (GAA), maar de Raad vernietigde dit oordeel.
De Raad onderzocht of overwerk inherent is aan de functie van gedaagde en of er een verplichting tot overwerk bestaat op grond van de CAO of arbeidsovereenkomst. De Raad concludeerde dat de CAO geen algemene verplichting tot overwerk voorschrijft en dat onvoldoende objectieve aanwijzingen bestonden voor een duurzame verplichting tot overwerk in de individuele arbeidsovereenkomst.
Verder oordeelde de Raad dat overwerk niet inherent is aan de functie van chauffeur, mede gelet op de beloningsstructuur en het feit dat gedaagde na de reorganisatie minder overuren maakte. Op grond hiervan was het buiten beschouwing laten van overuren bij de GAA-berekening terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Overuren zijn terecht buiten beschouwing gelaten bij de berekening van het gemiddeld aantal arbeidsuren voor de WW-uitkering.