ECLI:NL:CRVB:2005:AU9660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanspraak op uitbetaling tegoed vakantie-uren overleden universitair docent
Appellante, erfgename van een overleden universitair docent, vordert uitbetaling van het tegoed aan niet opgenomen vakantie-uren die haar man vóór 1 januari 2001 had opgebouwd. De rechtbank wees dit beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat de Vakantieregeling (VR) van 1 januari 2001 bepaalt dat alleen vakantie-uren waarop aanspraak bestaat in het lopende kalenderjaar en het voorgaande kalenderjaar kunnen worden uitbetaald bij beëindiging van het dienstverband. Er is geen hardheidsclausule die hiervan kan afwijken. Appellante stelde dat het niet uitbetalen van oudere vakantie-uren haar vermogensrechten ontnam in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, maar de Raad oordeelt dat aanspraken op vakantie-uren zonder expliciet recht op financiële uitkering geen vermogensbestanddelen zijn.
Ook het beroep op artikel 14 EVRM Pro faalt omdat dit artikel geen zelfstandige betekenis heeft los van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van de VR rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat alleen vakantie-uren opgebouwd vanaf 1 januari 2001 kunnen worden uitbetaald.