ECLI:NL:CRVB:2005:AU9669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling berekening gemiddeld aantal arbeidsuren voor WW-uitkering bij voorlopige hechtenis
Appellant stelde bezwaar tegen de berekening van zijn gemiddeld aantal arbeidsuren per week voor de WW-uitkering, omdat hij tijdens de referteperiode in voorlopige hechtenis zat en zijn vakantietegoed niet correct zou zijn meegenomen.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad onderschrijft dit oordeel, stellende dat de berekening van het gemiddeld aantal arbeidsuren correct is uitgevoerd volgens artikel 16 van Pro de WW en de bijbehorende regeling. Uren in voorlopige hechtenis worden niet gelijkgesteld aan gewerkte uren, en er was geen aanwijzing dat vakantiedagen tijdens de hechtenis waren opgenomen.
De Raad bevestigt het bestreden besluit waarbij het gemiddeld aantal arbeidsuren werd vastgesteld op 28,31 uur per week en het dagloon op €111,06. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak bevestigt daarmee de juiste toepassing van de wettelijke bepalingen omtrent de WW-uitkering in deze situatie.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het gemiddeld aantal arbeidsuren terecht is vastgesteld op 28,31 uur per week en het dagloon op €111,06.