ECLI:NL:CRVB:2005:AU9675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op toeslag wegens overschrijding aanvraagtermijn
Appellant had een toeslag ingevolge de Toeslagenwet (TW) aangevraagd, maar deed dit pas op 3 december 2003 terwijl het recht op toeslag was ontstaan op 27 februari 2003. Hierdoor werd de aanvraagtermijn van 6 weken overschreden. Gedaagde legde een korting van 20% op over de periode van 236 dagen overschrijding.
Appellant voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de regeling en dat gedaagde hem onvoldoende had geïnformeerd, met name bij de omzetting van de loongerelateerde uitkering in een vervolguitkering. De rechtbank verwierp dit verweer en stelde dat appellant zich had moeten informeren zodra hij merkte dat hij financieel onvoldoende middelen had.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat appellant al geruime tijd bekend was met de TW en dat hij eerder had kunnen informeren naar een toeslag. De mate van verwijtbaarheid was niet zodanig verminderd dat de korting verlaagd kon worden naar 10%, noch was er sprake van volledige afwezigheid van verwijtbaarheid.
De Raad handhaafde daarom de korting van 20% over 236 dagen en wees een proceskostenveroordeling af. Het bestreden besluit werd bevestigd.
Uitkomst: De korting van 20% op de toeslag wegens overschrijding van de aanvraagtermijn wordt bevestigd.