ECLI:NL:CRVB:2005:AV0215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- C.P.J. Goorden
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit blijvende gehele weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid
Appellant was werkzaam op basis van een uitzendovereenkomst bij Vedior en diende een aanvraag in voor een WW-uitkering. Gedaagde weigerde de uitkering blijvend geheel omdat appellant verwijtbaar werkloos zou zijn geworden door zelf ontslag te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn gedrag tot beëindiging van het dienstverband zou leiden.
In hoger beroep bestreed appellant dit oordeel en stelde dat hem nooit was medegedeeld dat het voorval de reden was voor het ontbreken van werk. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het bestreden besluit niet op de primaire grondslag van verwijtbaarheid op basis van artikel 24, tweede lid, aanhef en onder a, WW berust en dat het feitensubstraat daarvoor onvoldoende is.
Voorts oordeelt de Raad dat de subsidiaire grondslag onder aanhef en onder b van artikel 24, tweede lid, WW niet kan worden gevolgd omdat niet is gebleken dat het dienstverband was beëindigd en dat gedaagde onvoldoende duidelijk heeft gemaakt welk verwijt appellant is gemaakt. Het besluit en de uitspraak worden vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.