ECLI:NL:CRVB:2005:AV2179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Ontzegging WW-uitkering wegens cyclisch arbeidspatroon en seizoenmatige arbeid paprikaplukker
De zaak betreft de ontzegging van een WW-uitkering aan gedaagde omdat zij werkzaam was in een cyclisch arbeidspatroon als paprikaplukker. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) had de uitkering ontzegd op grond van de Regeling gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren, omdat de arbeid niet als seizoenmatig werd aangemerkt.
De rechtbank had het besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht en oordeelde dat de paprikateelt en het plukkerswerk op klimatologische gronden seizoensgebonden zijn. Het UWV was het niet eens met de beoordeling dat het karakter van de arbeid bepalend is en stelde dat de arbeid in de glastuinbouw bedrijfseconomisch wordt bepaald en dus niet seizoenmatig is.
De Raad overwoog dat de arbeid die gedaagde verrichtte wel degelijk seizoenmatig is omdat het telen en oogsten van paprika's afhankelijk is van buitenlicht en daardoor op klimatologische gronden seizoensgebonden is. Het argument van het UWV dat de tijdelijke behoefte aan arbeidskrachten kunstmatig en bedrijfseconomisch wordt gecreëerd, werd verworpen. Het hoger beroep van het UWV werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van gedaagde en werd griffierecht geheven. De uitspraak werd gedaan door mr. T. Hoogenboom, mr. M.A. Hoogeveen en mr. H.G. Rottier op 28 december 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.