ECLI:NL:CRVB:2006:AU9081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag nabestaandenuitkering wegens niet erkend huwelijk en gezamenlijke huishouding
Appellant, de Sociale verzekeringsbank (Svb), wees de aanvraag van gedaagde voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) af omdat het huwelijk uit 1979 in Iran niet in Nederland was gelegaliseerd en er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro en veroordeelde de Svb tot vergoeding van proceskosten.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat het besluit van 19 september 2003 niet zorgvuldig is voorbereid omdat niet is onderzocht of het in Iran gesloten huwelijk rechtsgeldig is volgens internationaal privaatrecht. Hierdoor kan het besluit niet in stand blijven. De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit en de opdracht aan appellant om een nieuw besluit te nemen met verbeterde motivering.
Daarnaast vernietigt de Raad het deel van de uitspraak waarin de Svb is veroordeeld tot proceskostenvergoeding, omdat het primaire besluit nog niet is herroepen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling in hoger beroep. Partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de nabestaandenuitkering wordt vernietigd en appellant wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.