ECLI:NL:CRVB:2006:AU9325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Vaststelling arbeidsongeschiktheid na overschrijding beslistermijn WAO-uitkering
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en een gedaagde over de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid per einde wachttijd van 52 weken volgens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
De appellant had de beslissing over de mate van arbeidsongeschiktheid van de gedaagde pas op 20 augustus 2001 genomen, ruim na het verstrijken van de wettelijke termijn. Gedurende die periode ontving de gedaagde betalingen alsof zij volledig arbeidsongeschikt was, zonder dat dit schriftelijk was vastgelegd als voorschot.
De rechtbank had geoordeeld dat de betalingen het karakter van een uitkering hadden en dat het rechtszekerheidsbeginsel verhinderde dat appellant later een lagere mate van arbeidsongeschiktheid vaststelde en de uitkering introk. De Centrale Raad van Beroep volgt dit oordeel niet en stelt dat de overschrijding van de beslistermijn niet betekent dat de verplichting tot vaststelling van de arbeidsongeschiktheid vervalt.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor beoordeling of de vaststelling van minder dan 15% arbeidsongeschiktheid per 7 februari 1999 terecht was. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid per einde wachttijd.