ECLI:NL:CRVB:2006:AU9496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenplicht
Appellant had tot 5 maart 2002 bijstand ontvangen, die door de gemeente Tilburg werd beëindigd vanwege schending van de inlichtingenverplichting over zijn vermogen, waaronder onroerend goed in Turkije. Na afwijzing van zijn nieuwe bijstandsaanvragen in 2002 en 2003 op grond van artikel 4:6 Awb Pro, en een ongegrond verklaard bezwaar, stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de afwijzing van de aanvraag van 6 maart 2003 op grond van artikel 4:6 Awb Pro niet stand kan houden omdat de aanvraag betrekking had op een periode na beëindiging van de eerdere bijstand. Bovendien kon de omvang van het vermogen van appellant niet worden vastgesteld vanwege het niet naleven van de inlichtingenplicht. De Raad verwierp het standpunt van appellant dat moest worden uitgegaan van een eerdere waardering van zijn bezittingen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het de afwijzing van de bijstand betreft, handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit en veroordeelde de gemeente Tilburg tot vergoeding van de proceskosten van appellant in zowel beroep als hoger beroep. Tevens werd de gemeente verplicht het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en de gemeente Tilburg wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.