ECLI:NL:CRVB:2006:AU9497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens onjuiste loonopgave en cautieplicht in werknemersverzekeringszaken
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin een boete werd opgelegd vanwege onjuiste loonopgave en premiekortingen in de jaren 1997 tot en met 2001. De kern van het geschil betrof de vraag of de rekening-courantopnames van de directeur [v.d. W.] als loon moesten worden aangemerkt en of appellante voldoende aan haar cautieplicht had voldaan.
De Raad oordeelde dat de rekening-courantopnames niet als lening konden worden beschouwd omdat deze niet schriftelijk waren vastgelegd en geen daadwerkelijke terugbetaling had plaatsgevonden. Bovendien was het salaris van [v.d. W.] kunstmatig laag gehouden om loonbeslag te voorkomen, terwijl de werkelijke vergoeding hoger was. De onbelaste onkostenvergoeding werd eveneens niet als reëel erkend omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat deze vergoeding diende ter dekking van werkelijke kosten.
Verder concludeerde de Raad dat appellante tijdens de looncontrole geen aanwijzingen had ontvangen die de redelijke verwachting van een boete oplegden, zodat de cautieplicht niet was geschonden. De opgelegde boetes werden niet gematigd omdat er geen gronden voor matiging aanwezig waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De boeteoplegging wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt afgewezen.