ECLI:NL:CRVB:2006:AU9658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid van hoofdagent met nevenwerkzaamheden als assurantie-tussenpersoon
Appellant was hoofdagent in deeltijd bij de politieregio Kennemerland en verrichtte daarnaast met toestemming nevenwerkzaamheden als assurantie-tussenpersoon. Naar aanleiding van onderzoeken naar zijn mogelijke betrokkenheid bij het verzilveren en verhandelen van valse bankgaranties legde de werkgever hem op 21 maart 2003 primair een disciplinaire straf van ontslag op en subsidiair ontslag wegens ongeschiktheid.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij beslissing op bezwaar van 29 september 2003 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit ongegrond, maar oordeelde dat het disciplinaire ontslag onevenredig was. In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep het primaire ontslagbesluit en bevestigt het subsidiaire ontslag wegens ongeschiktheid.
De Raad overweegt dat appellant onvoldoende afstand heeft genomen van de risicovolle en onrechtmatige omstandigheden rondom de valse bankgaranties en zich ten onrechte als politiefunctionaris heeft gepresenteerd. Dit gedrag maakt hem ongeschikt voor de functie van hoofdagent. De Raad acht het ontslag wegens ongeschiktheid gerechtvaardigd en redelijk.
Verder veroordeelt de Raad de werkgever tot vergoeding van de proceskosten van appellant en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Het primaire disciplinaire ontslag wordt vernietigd, zodat appellant niet opnieuw een disciplinaire straf wordt opgelegd.
Uitkomst: Het subsidiaire ontslag wegens ongeschiktheid wordt bevestigd, het primaire disciplinaire ontslag vernietigd en de werkgever veroordeeld tot proceskostenvergoeding.