ECLI:NL:CRVB:2006:AV0083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep bij ontheffing arbeidsverplichtingen WWB
Het College van burgemeester en wethouders van Lelystad stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad die het besluit van het College vernietigde waarin het bezwaar van gedaagde niet-ontvankelijk werd verklaard. Gedaagde ontvangt sinds 1993 een bijstandsuitkering en werd in 2003 als arbeidsgehandicapt beschouwd, waardoor zij mondeling werd medegedeeld dat zij niet aan arbeidsinschakelingsverplichtingen hoefde te voldoen.
Gedaagde verzocht vervolgens schriftelijk om ontheffing van deze arbeidsverplichtingen, maar het College verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelde dat het College een nieuw primair besluit moest nemen en vernietigde het besluit tot niet-ontvankelijkheid. In hoger beroep stelde het College dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard.
De Raad stelde vast dat gedaagde inmiddels bij besluit van 24 oktober 2005 ontheffing van arbeidsverplichtingen had gekregen tot 1 augustus 2006 en dat zij tot die tijd niet aan die verplichtingen hoefde te voldoen op basis van de eerdere mondelinge mededeling. Hierdoor had het hoger beroep geen praktisch belang meer, omdat een gunstiger resultaat voor het College niet mogelijk was. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde het College in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het hoger beroep van het College van B&W Lelystad wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.