ECLI:NL:CRVB:2006:AV0149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant en appellante ontvingen bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Na een onderzoek door de sociale recherche en de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) werd vastgesteld dat appellant zonder melding werkzaamheden als zelfstandige verrichtte en inkomsten verwierf. Gedaagde trok het recht op bijstand in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en beperkte de terugvordering voor appellante. In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep het deel van het besluit dat ziet op de intrekking van het recht op bijstand wegens onvoldoende motivering en bevestigt de terugvordering van de bijstandskosten. De Raad oordeelt dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden, waardoor het aan hem is om aan te tonen dat hij recht had op bijstand, hetgeen niet is gelukt.
De Raad acht de terugvordering terecht en wijst de door appellanten gevorderde proceskosten toe. Hiermee wordt het besluit van 24 september 2003 deels vernietigd en deels bevestigd, met een beperking van de terugvordering voor appellante tot € 12.804,31.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van het recht op bijstand wordt vernietigd, de terugvordering wordt bevestigd met beperking, en de gemeente wordt veroordeeld in proceskosten.